Menu
    English

    Bespreekbaar maken van racisme is een gedeelde verantwoordelijkheid

    Gesprekstafel Racisme reageert op aanpak van Hogeschool Rotterdam

    19 mei 2021

    “Verheugd dat er een actieplan ligt en dat het CvB de urgentie erkent, maar ook benieuwd hoe het concreet vorm gaat krijgen en wanneer we er daadwerkelijk iets van gaan merken”, zo reageren medewerkers en studenten op de acties die de hogeschool zal nemen om racisme en discriminatie aan te pakken.

    Op 11 mei vond een vervolggesprek van de gesprekstafels plaats waarin racisme centraal stond. Dit keer stond de aanpak centraal die het College van Bestuur (CvB) van Hogeschool Rotterdam op 31 maart bekendmaakte als reactie op het advies van de Werkgroep ‘dialoog over racisme’.

    Schrik en verdriet, dat was de eerste reactie van collegevoorzitter Ron Bormans. “Je weet dat het er is, maar het krijgt hiermee een schrijnend gezicht.” Ook al is racisme onderdeel van de maatschappij, ook in Rotterdam en dus ook aanwezig binnen de muren van Hogeschool Rotterdam, voelt hij de urgentie het vraagstuk te erkennen en vanuit het CvB aan te pakken. “Binnen de hogeschool mag je zijn wie je bent. Dat is een kernwaarde van wie wij zijn.”

    Alle drie de leden van het CvB waren aanwezig. Collegelid Zakia Guernina werd ook door de gedeelde ervaringen geraakt: “We moeten meer doen aan racisme dan we tot nu toe hebben gedaan! Het raakt mij als een slachtoffer van racisme herhaaldelijk om aandacht moet vragen.”

    Wijnand van den Brink snapte de emotie en erkende dat we als afspiegeling van de maatschappij er ook mee te maken hebben: “Maar als je de daadwerkelijke persoonlijke ervaringen ziet, komt het hard binnen. We willen inclusief zijn, maar blijkbaar zijn we het niet. Als leidinggevenden moeten we daarmee aan de slag.”

    Vertrouw op de docenten en betrek studenten bij aanpak

    Tijdens de (online) gesprekstafel waren een kleine 50 mensen aanwezig: studenten, docenten, slc’ers, medewerkers, directeuren en de collegeleden. Halverwege gingen de aanwezigen in drie groepen uiteen om verder in te gaan op het thema en om te bespreken hoe de hogeschool met vertrouwen dit vraagstuk kan aanpakken en wat de deelnemers het CvB willen meegeven.

    Vanuit de aanwezige docenten gingen stemmen op om het probleem niet top down, maar bottom up aan te pakken. “Het herkennen van en omgaan met racisme en discriminatie zou onderdeel moeten zijn van de pedagogiek en didactiek. Niet vrijblijvend. Vertrouw op de docenten en geef hen de juiste tools.” Het draagvlak zal groter zijn als het vanaf de werkvloer wordt omarmd. Het CvB, directies en leidinggevenden moeten ervoor zorgen dat het tegengaan van racisme continu op de agenda blijft staan, zodat het een structurele aanpak krijgt en om te voorkomen dat we van incident naar incident gaan.

    Van binnenuit cultiveren

    Ook het realiseren van diversiteit binnen het personeel van de hogeschool is onderwerp van het gesprek. Iedereen realiseert zich dat het personeelsbestand nog lang niet representatief genoeg is, maar dat er binnen de hogeschool genoeg goede voorbeelden zijn waar dat wél het geval is. Investeer in onze eigen talenten. We moeten die vasthouden, opleiden en helpen met bloeien om zo van binnenuit te cultiveren.

    Zichtbaar maken waar mensen terechtkunnen

    In een van de groepen wordt met name door studenten specifiek aandacht gevraagd voor een zichtbare plek waar mensen met hun ervaringen binnen de hogeschool terechtkunnen. Het is niet altijd duidelijk welke route men moet bewandelen en wie ze kunnen aanspreken. Mensen zullen ook eerder hun ervaringen durven delen als zij zich herkennen in de vertrouwenspersonen waar zij terechtkunnen. De drempel om met iemand in gesprek te kunnen gaan, moet lager worden gemaakt.

    Mensen moeten zich oncomfortabel voelen

    Tijdens het gezamenlijke slot kregen Heleen Elferink (directeur CMI) en Jeroen Chabot (directeur Willem de Kooning Academie) het woord. Zij zullen, samen met de collegeleden, op gaan treden als trekkers van de acties tegen racisme binnen de hogeschool.

    Heleen Elferink: “Er zijn docenten die zich onzeker voelen om het gesprek over racisme aan te gaan. Het gevaar is dat we het gesprek maar niet gaan voeren, omdat we niet goed weten hoe we het moeten voeren. Als directeur wil ik de dapperheid tonen om het gesprek wel aan te gaan en mijn docenten helpen om dit ook te doen.”

    Jeroen Chabot: “Het gesprek over racisme is een moeilijk gesprek, maar ik wil dat mensen zich oncomfortabel gaan voelen. Het gaat om bewustwording en de zaken door de ogen van een ander leren zien. Dat brengt een oncomfortabel gevoel met zich mee. Juist met ontkenners van racisme in gesprek gaan, is belangrijk. Als je daartoe niet bereid bent, gaat er niets veranderen. Het is niet vrijblijvend, maar een verplichting.”

    De urgentie wordt gevoeld

    Bij alle deelnemers heerst een gedeeld gevoel van urgentie om veranderingen ook daadwerkelijk te zien. Een student vroeg zich af hoe snel we de veranderingen kunnen creëren: “Met corona hebben we gezien hoe snel de hogeschool zich kan aanpassen. Hoe snel kan het op dit gebied?”

    Ron Bormans liet zich niet verleiden tot een concreet tijdstip, maar sloot wel aan bij de urgentie die door de student werd benadrukt: ”Ik ben een voorstander van de kreet ‘Geen woorden, maar daden’. In dit geval zijn woorden echter ook belangrijk. Door met elkaar in gesprek te zijn, geef je het signaal af dat het benoemd mag worden. Dat het benoemd moet worden. Laten we dit snel, secuur en met maatwerk oplossen. Over een half jaar bespreken we graag met deze groep hoever we op dat moment zijn en wat we als hogeschool al gerealiseerd hebben.

    Meer over de dialogen