Menu
    English

    Ontmoeting 43

    Bormans blikt terug op accreditatie, student- en medewerkertevredenheid, vooruitzichten voor de arbeidsmarkt en studiesucces, kortom op hoe onze ankerpunten het afgelopen jaar gepresteerd hebben. En wenst iedereen fijne feestdagen en een fantastisch begin van 2015.

    Het jaar kruipt naar het einde. In een herfstachtig decor zijn ook dit jaar weer de eerste iconische beelden te ontwaren; mannen met de kerstboom achterop de fiets, een hand aan de pet, andere aan het stuur en licht slingerend om de pulserende wind te compenseren. Vrouwen, sjouwend naar de auto met het kerstpakket, sleutel in de mond, tas in de andere hand, om vervolgens als een ware vrouwelijke Houdini zonder de spullen op de doorweekte ondergrond te zetten, zowel de auto open te krijgen als de spullen onbeschadigd op de achterbank. En dan even achter het stuur niets doen: zo, dat zit er in, nu thuis nog droog binnen zien te krijgen.

    Op school brengt dat van die typische onderwijsdrukte met zich mee, zoals we die ook kennen van de periode vlak voor de zomer: activiteiten die dienen ter afronding van het jaar mengen zich met activiteiten die bedoeld zijn om het jaar op te starten.

    Maar dan is het toch de tijd dat velen van ons zich terugtrekken in de kleine wereld van gezin of vrienden. Dat de wereld tot stilstand komt en we ons overgeven aan positieve intenties, consumptie en reflectie. "Daar ga ik eens rustig over nadenken, onder de kerstboom", zeggen mensen dan, als ze de tijd niet meer hebben om tot de conclusies te komen en wat speelruimte zoeken alvorens te moeten of te willen besluiten.

    Hoe staan wij er eigenlijk voor als Hogeschool Rotterdam, weer een jaartje verder? Kort samengevat: we hebben weer stappen gezet maar we hebben ook nog een weg te gaan en er zijn nog een paar hardnekkige vraagstukken. We weten precies wat ons te doen staat.

    Een overzicht van wat dit jaar passeerde, in een aflopende reeks van goed naar zorgelijk:

    Accreditering

    Het afgelopen jaar zijn vijftien van onze opleidingen gevisiteerd. Van alle opleidingen hebben we óf formeel van de NVAO te horen gekregen dat ze positief zijn óf er ligt op dit moment een positief advies bij de NVAO van het bureau dat de visitatie heeft uitgevoerd. Daaronder is een tweetal hervisitaties, bij de opleidingen Verpleegkunde en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, welke opleidingen met lof door het panel zijn toegesproken. Relatief meer opleidingen dan vorig jaar werden met 'goed' beoordeeld en we gaan het nieuwe jaar in met nog één opleiding te gaan waar op basis van een formaliteit een hervisitatie aan de orde is.

    Kortom: Hogeschool Rotterdam heeft haar wettelijk gedefinieerde basiskwaliteit op orde. Overigens is de lat die gehanteerd wordt bij het bepalen van die basiskwaliteit de afgelopen jaren stevig omhoog gegaan, vooral waar het gaat om het niveau van het eindwerk en de borging daarvan in de afstudeerprocedures.

    Studenttevredenheid

    Voor de derde keer op rij is de studenttevredenheid gestegen. De score (op een vijfpuntsschaal) op de vraag naar de tevredenheid in algemene zin, stijgt van 3,64 (2013) naar 3,72 (2014). Dat is een trend die we nationaal in het hbo zien. Studenten tonen zich de afgelopen jaren meer en meer tevreden. Het feit dat 'mijn' hogeschool elk jaar beter scoort en toch niet stijgt in de ranglijstjes, is in essentie goed nieuws: het hbo zit stevig en goed in de lift. De groeiende studenttevredenheid is daarmee ook een valide indicatie dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat. Eigen statistische analyses laten zien dat het generieke oordeel van studenten vooral correleert met de kwaliteit van hun opleiding en hoe zij hun docenten ervaren (correlaties van boven de 0,6) en veel minder met de fysieke omgeving of de organisatorische kant van het onderwijs, zoals vaak wordt verondersteld (zwakke correlaties van tegen de 0,3).

    Conclusie twee: studenten waarderen steeds beter wat Hogeschool Rotterdam hen te bieden heeft, maar we zijn er nog lang niet en we blijven fors investeren in de kwaliteit van het onderwijs. 

    Medewerkertevredenheid 

    Onderwijs is mensenwerk en hoe beter onze professionals zich voelen in het uitoefenen van hun werk, hoe hoger de kwaliteit van het gebodene zal zijn. Dat is onze veronderstelling en dus kijken we bij Hogeschool Rotterdam heel goed naar de uitkomsten van het zogeheten Medewerkertevredenheidsonderzoek (MO).

    De algemene tevredenheid op een tienpuntsschaal is gestegen. We kenden een score van 7,66 (2012) die oploopt naar een 7,95 (2014). Positief is dat onze docenten de kwaliteit van de opleiding, zowel qua niveau als qua inhoud steeds hoger zijn gaan waarderen, evenals het plezier in het werk (van 7,8 naar 7,9). Echter, onze mensen geven ook aan dat er werk aan de winkel is: hoewel de algehele beleving van de werkdruk verbetert, beoordelen ze de hogeschool nog steeds laag op 'tijd die beschikbaar is om het werk te doen' (score is nu 5,8, was 5,9). En vooral ook de samenwerking over de grenzen van het instituut of dienst heen kan een stuk beter. We zijn goed bezig 'binnen onze koker', zo zeggen we met zijn allen. We moeten wel beter verleid of geholpen worden om de samenwerking buiten de koker te zoeken en te vinden.

    Nieuw in het MO was dit jaar de vraag naar de appreciatie van het College van Bestuur. We hebben begin dit jaar vastgesteld dat de enquête over iedereen gaat, behalve over het bestuur en dat kan natuurlijk niet. Opmerkingen van collega's bij de enquête maken duidelijk dat men wat aarzelend was hoe dit in te vullen vanwege onbekendheid met ons werk, maar mijn conclusie is duidelijk: een ruime voldoende voor de informatie over het beleid, een voldoende voor de openheid waarmee we werken en een magere 6- voor de kennis die we in de ogen van onze mensen hebben voor wat er leeft op de werkvloer. Dit is bij lange na niet goed genoeg. Reden om in 2015 intensief het gesprek aan te gaan met de werkvloer.

    Conclusie: de medewerkertevredenheid is van een goed niveau. Onze mensen waarderen de kwaliteit die we leveren, maar zijn nog ontevreden over de samenwerking over de grenzen van instituten en diensten heen en nodigen ons uit met hen in gesprek te gaan. Gaan we doen. Overigens, begin 2015 zullen we alle resultaten en een analyse daarvan publiceren en duidelijk aangeven wat we er mee gaan doen.

    Arbeidsmarktpositie

    De arbeidsmarktpositie van onze afgestudeerden staat onder druk. In de meest recente Keuzegids werd een beeld geschetst van een arbeidsmarkt met een geringe vraag, niet alleen onder invloed van de conjunctuur, maar ook als gevolg van het feit dat we steeds later met pensioen gaan, waardoor de 'vervangingsvraag' steeds wordt uitgesteld. De ene opleiding heeft daar meer last van dan de andere. Met een economieopleiding op zak moet je harder werken om aan werk te komen dan met een opleiding in de techniek, gemiddeld genomen. Ook bij onze hogeschool staat de waardering vanuit de arbeidsmarkt wat onder druk. Kijken we naar de score op een tienpuntsschaal hoe tevreden alumni zich tonen in de voorbereiding op de arbeidsmarkt, dan daalt die van een 6,8 naar ietsjes daaronder.

    Conclusie: werk aan de winkel in de voorbereiding op de arbeidsmarkt.

    Studiesucces

    Waarmee we de grootste uitdaging van de komende jaren te pakken hebben. Het percentage studenten dat in staat is om binnen 5 jaar af te studeren daalde afgelopen jaar, van 45,7% naar 42,7%. Wat we op dit moment vooral waarnemen is dat studenten langer over hun studie doen en dat er een groeiende groep studenten is die moeite heeft met afstuderen. Dit hangt  natuurlijk ook samen met de almaar stijgende eisen die we aan studenten stellen. We zien dat terug in de omvang van onze hogeschool. Terwijl de instroom de afgelopen jaren vrij stabiel was (tegen de 12.000 studenten jaarlijks), groeiden we als totale hogeschool de afgelopen jaren met zo'n 1500 studenten.

    Het vraagstuk van studiesucces komt bij ons in een typische randstedelijke verschijning. Analyses van de gezamenlijke grote hogescholen in de Randstad (G5) laten zien dat er bepaalde 'risicogroepen' zijn die meer kans lopen op uitval uit de opleiding of studievertraging. Die analyse laat zich niet vangen in makkelijke labels zoals 'de allochtonen' of 'de mbo'ers'. Maar feit is wel dat onze hogeschool een steeds groter percentage studenten uit die 'risicogroepen' in huis krijgt en ook dat het studiesucces, juist van de risicogroepen, de afgelopen jaren is gedaald. Ten opzichte van onze Randstadcollega's doen we het relatief goed, maar we kunnen nog niet tevreden zijn.

    Er is werk aan de winkel. We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het programma Studiesucces en dat heeft ook wat opgeleverd. De investering in honderden peercoaches blijkt bijvoorbeeld een groot succes. Maar om verdere stappen te maken moeten we ons realiseren dat studiesucces in de klas wordt gemaakt, in de interactie tussen docenten en studenten. We weten dat alle studenten behoefte hebben aan een studieklimaat waarin hoge eisen worden gesteld. Daarbij is het belangrijk dat alle studenten de ervaring meekrijgen dat ze erkend, herkend en gesteund worden, dat hun docenten betrokken zijn en hen met positieve verwachtingen benaderen. Dat zorgt voor binding tussen student en opleiding, dat zorgt voor optimale kansen voor al onze studenten. Docenten zijn zich er niet altijd van bewust dat ze nogal eens impliciet en onbedoeld van sommige studenten 'automatisch' aannemen er minder van ze verwacht kan worden dan van anderen. Dat wordt vaak een self-fulfilling prophecy: studenten die met een extra zetje kunnen slagen geven de moed op als ze het gevoel krijgen dat docenten niet in hun kansen geloven. 

    Conclusie: alle zeilen bijzetten in de klas ter voorkoming van onnodige uitval en beter doordenken wat het vraagstuk van 'diversiteit' precies voor ons betekent.

    Het jaar 2015

    We weten wat ons te doen staat. Heerlijk vermoeid na de laatste onderwijsdrukte zoeken we voor twee weken de rust op. Want die rust hebben we nodig om volgend jaar de draad weer stevig op te pakken.

    Mogen we verwachten dat we volgend jaar voortgang geboekt hebben? Zou ik wel denken:

    • Als je weet dat we zo'n 10 miljoen euro extra gaan investeren in het onderwijs, voor een belangrijk deel uit onze eigen spaarcenten en we zo'n 150 extra docenten gaan aanstellen
    • Als je bedenkt dat we goed weten wat ons te doen staat, in lijn met de kern van onze strategie, zoals we die in ons kwaliteitsplan Focus geformuleerd hebben: investeren in de klas, investeren in docenten
    • Als je weet dat we ons beleid van betere voorlichting en meer selectiviteit voor de poort versterkt voortzetten op basis van de evaluatie van het afgelopen jaar
    • En dat we weer een aantal opgeknapte gebouwen opleveren met goeie voorzieningen
    • En tot slot dat we onze diensten gereorganiseerd hebben in grotere, op samenwerking en professionalisering gerichte eenheden.

    Het kerstpakket van de hogeschool staat bij mij thuis prominent op tafel. Als mijn vrouw en kinderen er langs lopen, kan niemand de neiging weerstaan er een blik in te werpen. Ik meen een blik van goedkeuring te ontwaren, met een verwachtingsvolle uitstraling: we gaan leuke dagen tegemoet.

    Ik dank al onze mensen voor wat ze voor onze studenten betekend hebben. Ik bedank Rotterdam en Nederland voor het vertrouwen dat ze in de maatschappelijke institutie Hogeschool Rotterdam gesteld hebben. Ik dank onze studenten dat ze ook dit jaar weer gekozen hebben voor deze hogeschool.

    En ik wens iedereen een fantastisch en vooral gezond 2015 toe!

    Over de auteur

    Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

    Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

    Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.