Menu
    English

    Continuïteitsparagraaf

    De continuïteitsparagraaf gaat in op de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid, zoals de verwachte exploitatieresultaten en ontwikkeling van de vermogenspositie in de komende jaren. De paragraaf is opgebouwd uit de Gegevensset (A) en Overige Rapportages (B). De cijfers voor de jaren na 2017 zijn gebaseerd op begroting 2018, inclusief de meerjarenbegroting 2019-2022.

    Toon:

    Baten en lasten 2017 - 2022

    Bedragen in € 1.000,-
     201720182019202020212022
    Baten      
    Rijksbijdrage 211.577 225.554 226.640 228.578 236.885 240.745
    Overige overheidsbijdragen en subsidies 3.667 1.669 2.580 2.610 2.255 2.255
    College-. cursus-. les- en examengelden 71.136 72.246 73.953 74.747 75.223 75.500
    Baten werk in opdracht van derden 11.321 9.845 9.618 9.409 9.448 9.448
    Overige baten 6.739 8.588 8.581 8.567 8.567 8.567
    Totaal baten304.440317.902321.372323.911332.378336.515
           
    Lasten      
    Personeelslasten 227.943 243.520 248.448 251.364 258.639 262.862
    Afschrijvingen 18.923 16.574 16.345 16.251 17.501 17.211
    Huisvestingslasten 16.990 17.188 17.362 17.340 17.260 17.482
    Overige lasten 36.485 37.288 37.505 37.663 37.705 37.705
    Totaal lasten300.341314.570319.660322.618331.105335.260
           
    Saldo Baten en lasten 4.099 3.332 1.712 1.293 1.273 1.255
    Saldo financiële bedrijfsvoering -340 -332 -312 -293 -273 -255
    Totaal resultaat3.7593.0001.4001.0001.0001.000

    Toelichting op de meerjarige raming van baten en lasten

    De rijksbijdrage neemt toe door de middelen leenstelsel die door de overheid worden toegekend en als gevolg van een stijging van het aantal studenten (zowel inschrijvingen als graden). De toename van het aantal studenten geeft ook een positieve trend aan de baten college-, cursus- en examengelden. Dit effect wordt gedempt door het kabinetsplan het collegegeld te halveren voor eerstejaars studenten en voor eerste- en tweedejaars PABO-studenten. In de meerjarenbegroting is verondersteld dat deze inkomstenderving wordt gecompenseerd in de rijksbijdrage.

    Voor 2018 zijn de begrote baten 13,5 miljoen euro hoger dan de realisatie 2017 (+4,4%). In de periode tot en met 2022 vertonen de baten een stijgende trend, die m.n. gedreven wordt door een stijgend aantal studenten (tot en met 2021) (inschrijvingen en graden) en extra middelen die door de overheid ter beschikking worden gesteld uit het leenstelsel.

    De rijksbijdrage en overige baten zijn onder meer afhankelijk van de conjunctuur en van het regeringsbeleid. De hogeschool houdt rekening met de variabiliteit van deze inkomsten door de inzet van personeel met tijdelijke contracten. Met de instituten en diensten is de afspraak gemaakt dat het aandeel flexibele formatie ongeveer 20% zal bedragen. Voor de instituten geldt als norm dat het AOP-aandeel van het totale personeelsbestand maximaal 21% mag zijn.

    De personele lasten laten een meerjarige stijging zien. Begroting 2018 ligt 15,6 miljoen euro boven realisatie 2017. Daarmee beslaan de personele lasten 77% van de totale baten, terwijl dat in 2017 75% was. Verwacht wordt dat deze verhouding na 2018 verder licht zal toenemen tot 78% in 2022.

    De verwachte afschrijvingslasten vertonen een lichte toename op de middellange termijn. De afschrijvingslast in 2017 is in vergelijking daarmee hoog als gevolg van de versnelde afschrijving van locatie C aan de Kralingse Zoom.

    De huisvestingslasten blijven meerjarig in lijn met 2017. De huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijving gebouwen en terreinen ten opzichte van de totale lasten) blijft onder de grenswaarde van de Inspectie van het Onderwijs van 15%.

    De volledige opname van de lening in 2017 heeft een opwaartse druk op de financiële lasten, die echter op de langere termijn gecompenseerd wordt door de aflossingen die conform aflossingsschema zullen plaatsvinden.

    De meerjarenbegroting gaat uit van bekende wet- en regelgeving en is gebaseerd op (de financiële effecten van) een bestendige gedragslijn ten aanzien van het beleid zoals dat door het College van Bestuur wordt gevoerd. Voor de meerjarenbegroting is niet gewerkt met scenario’s; de meerjarenbegroting is niet door een accountant getoetst.

    De meerjarenbegroting is onderdeel van de Planning & Control-cyclus van Hogeschool Rotterdam. Bij goedkeuring van de jaarrekening wordt tevens de actuele versie van de meerjarenbegroting goedgekeurd door de Raad van Toezicht.