Menu
    English

    Schrijven

    Door je studie heen moet je veel schrijven: van verslagen tot papers en uitgebreide reflecties, je moet bij elk geschreven stuk een geoefende pen hebben. Om een goede tekst te schrijven, komen verschillende aspecten aan bod. Taalassistent helpt je aan de juiste theorie, tools en oefeningen om je schrijfvaardigheid te verbeteren.

    Test jezelf

    Het schrijven van een tekst is een uitdagende en veelzijdige taak. Elke schrijver ontwikkelt gaandeweg zijn of haar eigen aanpak en stijl. Wil je weten hoe je een schrijftaak het beste kunt aanpakken? Doe de test om te zien wat voor schrijver jij bent, ga na hoe jij nu schrijft en wat je nog kunt doen om je schrijfvaardigheid te verbeteren.

    Wat voor schrijver ben jij? SCHRIJVERSTYPEN uit Houët.pdf

    Wil je weten hoe je een bouwplan maakt? Of waar je op moet letten om je doelgroep en schrijfdoel te bepalen? Loop de verschillende schrijffases van het schrijfproces door om jouw werk soepeler te laten lopen en een kwalitatief beter geschreven stuk neer te zetten.

    Schrijfproces

    Een geoefend schrijver lijkt zijn teksten zo uit zijn mouw te schudden. Maar is dat werkelijk het geval? Hoeveel tijd heb je nodig om tot een begrijpelijke en boeiende tekst te komen? Hoe komt een schrijfproduct nu eigenlijk tot stand?

    Schrijffases

    Als schrijver doorloop je een aantal fases: je verzamelt ideeën, kiest een onderwerp, gaat schrijven, reviseert je tekst en maakt deze openbaar. Als je deze schrijffases bewust doorloopt, wordt je schrijfproduct steeds beter en completer.

    1. Plan en ontwerp

    1. Plannen van je tekst bestaat uit het bepalen van het onderwerphet doel en de doelgroep van de tekst, maar ook uit het verzamelen van informatie en het bepalen van de structuur.
    2. Ontwerp: maak een bouwplan

    2. Schrijf de eerste versie

    Als je de inhoud en structuur hebt bepaald en je schrijfplan hebt gemaakt, schrijf je je eerste versie uit. Ook deze fase kun je opdelen: probeer niet alles meteen perfect op te schrijven, maar schrijf eerst een versie die alleen voor jouzelf bedoeld is.

    Dat zorgt er onder meer voor dat je kunt doorschrijven: je laat je niet afleiden door de uiteindelijke afwerking, maar bent gefocust op de inhoud van je tekst.

    3. Controleer

    Je kijkt opnieuw naar je eigen tekst, nu vooral vanuit de lezer. Je kijkt dus nog eens kritisch naar tekst- en alineaopbouw, taalgebruikzinsbouw en spelling. Vraag ook iemand anders om je tekst kritisch door te lezen en van feedback te voorzien.

    Controleer je tekst ook aan de hand van de richtlijnen die daarvoor zijn opgesteld binnen je opleiding. Let ook op of je goed verwijst naar bronnen in je tekst.  Soms hoef je alleen maar een paar woorden aan te passen, maar je kunt ook tot de conclusie komen dat je tekst beter wordt door de structuur te veranderen.

    4. Herschrijf

    Vervolgens herschrijf je de tekst. Begin op tijd met je revisie en plan voldoende tijd in voor meerdere correctierondes, een goede revisie van je tekst kost tijd!

    Je tekst controleren?
    Schrijfassistent

    Schrijftips

    Stijl

    • Streef naar een foutloze tekst: de inhoud wordt anders niet serieus genomen!
    • Gebruik leestekens correct.
    • Opsommingen zijn functioneel en correct.
    • Schrijf waar mogelijk en gepast in de actieve vorm (werkwoorden in de bedrijvende vorm).
    • Wissel de zinslengte af, gebruik zo nu en dan heel korte zinnen (5-10 woorden). Met korte zinnen bouw je spanning op die je in lange zinnen weer ontlaadt.
    • Wissel niet abrupt van stijl (= stijlbreuk): geen spreektaal naast schrijftaal.
    • Vermijd herhalingen van woorden, zoek goede synoniemen.
    • Voorkom dat je in één zin twee keer ongeveer hetzelfde zegt (vb: 'Mijn voorkeur gaat toch liever uit naar.... 'Behalve A is ook B...')
    • Vermijd tangconstructies: d.w.z. dat twee delen van de zin ver uit elkaar staan met daar tussen een uitweiding over het eerste deel van de zin.
    • Formuleer concreet.

    Structuur (tekst-, alinea- en zinsniveau)

    • Zorg bij ieder hoofdstuk voor een duidelijke inleiding, hoofdtekst en compacte conclusie.
    • Zorg voor een eenvormige, passende en correcte lay-out.
    • Alineagrenzen zijn duidelijk aangegeven.
    • De kernzin staat op de juiste plaats.
    • Eén thema of aspect uitwerken in 1 alinea.
    • Tussen alinea's en tussen zinnen: zorg voor voldoende en correct geplaatste signaalwoorden: ten eerste, ten tweede, bovendien, dus, mits, om die reden, echter, als gevolg daarvan etc.
    • Gebruik verwijswoorden duidelijk en correct.

    Meer tips om je schrijven te verbeteren